Vwo-leerjaar 1 werkt mee aan Radboud Onderzoek

Eind februari 2018 hebben 18 vwo-leerlingen uit klas g1a1 meegedaan aan een onderzoek om het leesbegrip van digitale teksten op het internet te onderzoeken. Het onderzoek werd uitgevoerd door de Radboud Universiteit in Nijmegen in samenwerking met Kentalis. Helen Blom, orthopedagoog, promoveert op dit onderwerp en werkt hierin samen met de professor Dr. Ludo Verhoeven en professor dr. Harry Knoors.

Centrale vraag 
De vraag voor dit gedeelte van het onderzoek was of een specifieke instructieles kan helpen om leerlingen efficiënt gebruik te laten maken van een tekststructuur die grafisch is weergegeven om zo tekstbegrip van ongestructureerde hyperteksten te vergroten. Als dat zo blijkt te zijn, dan is er een handvat om het digitale leesonderwijs gericht te verbeteren.

Vier sessies
Het onderzoek bestond uit vier sessies: in de eerste sessie lazen de leerlingen individueel een hypertekst en beantwoordden zij hier vagen over. In de tweede sessie kregen ze klassikaal een instructieles over manieren om de hypertekst goed te kunnen lezen. Vervolgens, in de derde sessie werd onder andere de woordenschat getest. Tot slot lazen de leerlingen individueel een hypertekst en beantwoordden zij hier vragen over.

Eye tracker
Van enkele leerlingen werden tijdens de leessessies hun oogbewegingen gemeten met behulp van een eye tracker. Daarnaast was er een individueel moment waarin leerlingen hun taken uitvoerden die hun werkgeheugen en technisch leesniveau maten.

Ervaringen leerlingen
Twee leerlingen, vertellen over hun ervaringen: ‘Wij moesten van tevoren een vragenlijst invullen naar aanleiding van een onderwerp waar we niets over wisten: het Oceanium. De tekst over dit onderwerp kon je teruglezen op internet. Daar hadden ze een pictogram gemaakt waarop je kon zien hoe de informatie over het oceanium was opgebouwd. Dit was met pijltjes en links aangegeven. Je hoefde niet per se de volgorde van de pijltjes aan te houden, maar kon van link naar link gaan. Gewoon wat je fijn vond.

Blokkenspel
De leerlingen vertellen enthousiast verder over het onderzoek: ‘Het was leuk om aan het onderzoek mee te werken. Wat we het leukste vonden, was het blokkenspel aan het einde. De onderzoekers hadden een aantal blokken op tafel gezet met getallen erop. Wij konden deze getallen niet zien. De onderzoekers noemden een getal op, bijvoorbeeld 2389 en gaven met hun hand aan waar welk cijfer op stond. Wij moesten dit herhalen door de juiste volgorde van de handbeweging na te doen. Met drie en vier blokken lukte dit nog wel, maar toen er meer blokken bijkwamen, werd het veel moeilijker! Na deze opdracht moesten we een getal nazeggen, maar dan achterstevoren. Dus dan zeiden ze 2389 en wij moesten dan 9832 zeggen. Dat was echt moeilijk’.

Tests
Een bijzonder onderdeel van het onderzoek vonden de leerlingen de eye tracker en het lezen van een tekst met ‘verkeerde woorden’: ‘Ook was er een test waarbij we achter een wit vlak zaten en een rood bolletje op het scherm moesten volgen (eye tracker), zodat de onderzoekers konden zien hoe onze oogbewegingen gingen. Dit deden we een paar keer achter elkaar. Een andere test was dat we binnen een minuut een bepaalde tekst moesten lezen waar verkeerde worden, bijvoorbeeld quelt en doeuk, in stonden en deze moest je dan herkennen. Dit was nog best moeilijk, omdat je soms over de woorden heen leest als je maar weinig tijd hebt.’

Doof zijn
Dat kinderen die doof zijn anders lezen dan andere kinderen werd ook duidelijk tijdens het onderzoek: ‘Wat we ook interessant vonden, was dat we niet beseften dat kinderen die doof zijn, anders lezen dan wij. De onderzoekers lieten ons dit ook zien. Wij lezen bijvoorbeeld van links naar rechts door de tekst, maar kinderen die doof zijn, lezen bovenaan en dan weer in het midden. Het bleek wel dat beide kinderen ongeveer evenveel antwoorden goed hadden in dezelfde tekst die we moesten lezen’.

Houd onze website in de gaten, want in april dit jaar vindt er een vervolgonderzoek plaats en in november wordt het onderzoek afgerond.

Wordt vervolgd!